• door Arie Nijman

"But I, being poor, have only my dreams; I have spread my dreams under your feet; Tread softly because you tread on my dreams.”

De schrijver dezes zou onlangs 150ste verjaardag hebben gevierd. Het is de Ierse dichter William B. Yeats. Zijn woorden passen nog naadloos in deze tijd om de simpele reden dat luchtvaart en dromen onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.

Wie denkt dat vliegen alleen voor stoere meiden en macho gasten is heeft het mis – het zijn de dromers die het luchtruim kiezen. Nee, dat zullen ze natuurlijk niet allemaal toegeven, maar het kan niet anders. Ga maar na: alles wat ooit door mensen vorm heeft gekregen, is eerst door iemand geconcipieerd. Vervolgens is de werkelijkheid aangepast aan het concept - voilà.

Dus waar boze tongen beweren dat dromen bedrog zijn, is dat in heel veel gevallen gewoon niet waar. Ik verdedig graag de stelling dat juist het tegendeel waar is, mits de droom met overtuiging gedroomd wordt. Goethe vond dat kennelijk ook, toen hij schreef „Träume keine kleinen Träume, sonst haben sie keine Kraft die Herzen der Menschen zu bewegen.“ Geen woord Spaans bij . . .

Nu hebben dromers in wijdverbreide kring niet bij voorbaat een goede naam. Vaak gehoorde opmerkingen als ‘hij is een dromer’, ‘ze zit maar wat te dromen’ en ‘dream on, my friend’ getuigen van weinig vertrouwen in het fenomeen. Een deel van het geheim zit hem echter in de intensiteit van de droom.

Een beetje dagdromen over de vliegerij en alles wat daar leuk aan zou kunnen zijn, is zonder twijfel een aangenaam tijdverdrijf, maar zal waarschijnlijk niet leiden tot zoden aan de dijk. Er moet meer gebeuren: de droom moet de kwaliteit van ver’beeld’ing hebben. Je moet het vóór je zien: niet alleen Punt In De Verte, maar ook en vooral in detail.

Als het beeld sterk genoeg is, gaan mensen vanzelf de goede kant op bewegen. Het werkt als je tomtom: jij zet stappen en de weg wordt voor je uitgestippeld. Daar zit een voorwaarde in, want op het moment dat je stopt doet die tomtom ook niks meer. En da’s maar goed ook, want anders zou het allemaal vanzelf gaan en dat is nou net níet de bedoeling.

Om de voorrechten van een vliegbrevet te verwerven moet er aan nogal wat voorwaarden worden voldaan. Die gaan niet aan de kant voor welke dagdroom dan ook, dat moge duidelijk zijn. Mensen zijn daar overigens weleens verbaasd over; sommigen lijken te verwachten dat alles te koop is, en dan liefst tegen de laagste prijs.

Mispoes. Die vlieger gaat niet op, ook al suggereren sommige vliegscholen graag iets anders. Zelf een vliegtuig of heli besturen is een fantastische verworvenheid, maar is ook uitermate gecompliceerd, al ondervinden we dat na enige training zelden als zodanig. Het is juist die combinatie die het zo aantrekkelijk maakt, vermoed ik: nothing good comes easy.

Speaking of which: onderweg naar de verwezenlijking van de droom ondervindt de dromer twee vormen van weerstand. Beide zijn meestal even nadrukkelijk aanwezig als onvermijdelijk, waarbij ‘de meteo’ degene is waarover de minste discussie wordt gevoerd – we hebben het weer maar te nemen zoals het komt. De andere is voor velen van ons een nimmer aflatende bezoeking: de overheid.

Er zijn EU-lidstaten waar de luchtvaartautoriteit de nodige werkzaamheden laat uitvoeren door mensen met een passie voor luchtvaart. Die werknemers worden dan ‘civil servants’ genoemd. Je kunt je voorstellen dat het een functie is om trots op te zijn – je zal de medemens maar namens de overheid mogen faciliteren in zijn bezigheden.

In Nederland zijn ze er ook, die mensen. Ik heb het voorrecht gehad ze te ontmoeten toen ze hun gedrevenheid en hun passie voor hun werk nog hadden. En ook onlangs nog trof ik er één die oprecht probeerde te doen waarvoor we die overheid nodig hebben: de zaken voor ons regelen zonder daarbij nodeloos in de weg te lopen. Maar hij is alweer wegbezuinigd, vrees ik.

Heeft ‘de overheid’ het dus weer allemaal gedaan? zult u denken. Nee: zonder bemoeienis van overheden worden zaken die niet vanzelf gaan, niet geregeld. En luchtvaart is te complex om vanzelf te gaan. Daar komt bij dat nationale overheden inmiddels aan de tand gevoeld worden door de Europese regelgever, waarmee allang niet meer te spotten valt.

Maar wat zóu het aangenaam zijn om weer eens een overheidsmédewerker te treffen in plaats van een tégenwerker. Iemand die nog iets begrijpt van onze passie, die gewoon weer iets weet van luchtvaart, of die er iets van zou wíllen weten. Die eens met een lesvlucht mee zou durven zonder bang te hoeven zijn voor verlies van integriteit – een veel misbruikte term waarachter in werkelijkheid de angst voor echte betrokkenheid schuilgaat.

En dat terwijl juist kennis van - en passie voor - ‘de sector’ in al zijn diversiteit de bron zou moeten zijn die dat hele circus voedt. Het is overigens mijn overtuiging dat het vooral de organisatie is die zijn ambtenaren beperkt in hun broodnodige betrokkenheid. De mensen willen vast wel, maar ze zijn onvoldoende toegerust om de burger open en behulpzaam tegemoet te treden.

Voor de GA sector als bakermat van alle luchtvaart is het de grote kunst, maar ook de dure plicht, om deze bizarre vorm van weerstand te overwinnen. Daar is veel energie voor nodig en bij voorkeur in positieve vorm, zoals het initiatief voor een gloednieuw multimediaal magazine als Vliegen in Nederland, of voor een klein maar volwaardig vliegveld in Oost Groningen en in Noord-Holland. Dat zijn luchtvaartdromen die uitkomen.

Laten we deze initiatieven van harte steunen, want onze tak van sport zal altijd onder vuur blijven liggen van mensen die het enorme belang van GA nu eenmaal niet inzien en vinden dat we maar vooral ‘gewoon’ moeten doen omdat dat al gek genoeg is. En voordat we het weten is er weer een stukje luchtvaart onherstelbaar vernietigd.

Dus laten we de droom koesteren. En laten we de overheid voorzien van relevante informatie en haar vervolgens in het rechte spoor houden door haar, waar nodig, tijdig en krachtig tot de orde te roepen. Om ons daarbij van dienst te zijn hebben we in het verleden een paar zeer waardevolle organisaties in het leven geroepen die onze steun verdienen.

Op die manier koesteren we ook de dromer; wíj zijn het die de kennis en ervaring hebben, en wíj moeten de autoriteiten blijven herinneren aan de woorden van Yeats:

“Tread softly because you tread on my dreams.”